De grote bonte specht is met een lengte van 20 tot 26 centimeter een vrij grote vogel, die bovenop zwart is en wit van onder. Hij heeft grote, ovale witte schoudervlekken en een rode anaalstreek. De ogen zijn bruinrood, de snavel en de poten zijn grijs. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin. Juveniele vogels hebben een geheel rode kruin en een roze anaalstreek en lijken daardoor op de middelste bonte specht. Vaak hebben jonge vogels nog gebandeerde schoudervlekken
Hij voedt zich met insecten, vooral met de larven van kevers die zich onder de bast van bomen ingraven, maar hij eet ook noten, bessen en zaden van naaldbomen. Hij hakt vaak een gat in een boom om daar de dennenappel in vast te klemmen. Dit noemt men een spechtensmidse.
De grote bonte specht heeft een heel bijzondere vijand: de Halsbandparkiet – oorspronkelijk uit India, maar als ontsnapte kooivogel nu onder andere gevestigd in Nederland - verjaagt de dieren uit hun nestholen. Er is echter nog geen bewijs dat de Halsbandparkiet negatieve invloed heeft op de populatie van de Grote bonte specht. De Grote bonte specht is de laatste jaren in aantal alleen maar toegenomen.
Beide vogels kun je aantreffen in het Bijlmerpark. Dit spechtenpaar heeft een bijzonder plek gekozen voor hun nest, de jongen zijn goed hoorbaar en zelfs te zien in het hol. |